jammer

Thesaurus
Vertalingen

jammer

bedauerlich, leideralas, regrettably, that'stoobad, unfortunately, whatapity, pitymalheureusement, dommage, malheureusement! (c'est) dommage!, dommage(s), regrettable, hélasper disgrazia, purtroppo (ˈjɑmər)
bijvoeglijk naamwoord
< je zegt dit woord als je teleurgesteld bent> het jammer vinden dat het feestje niet doorgaat Ik kom toch maar niet naar je toe. Oh, wat jammer.