jaloers

Vertalingen

jaloers

eifersüchtig, neidischenvious, jealousjaloux, jalousement, jaloux/ouse (de), envieuxinvidioso, gelosoحَسود, غَيُورٌžárlivý, závistivýjaloux, misundeligζηλιάρης, φθονερόςceloso, envidiosokateellinen, mustasukkainenljubomoran, zavidanうらやましそうな, 嫉妬深い시기하는 듯한, 질투하는misunnelig, sjaluzawistny, zazdrosnyciumento, invejosoзавистливый, ревнивыйavundsjuk, svartsjukอิจฉาkıskançghen tị妒忌的, 嫉妒的, 嫉妒嫉妒 (jaˈlurs)
bijvoeglijk naamwoord
1. als je het vervelend vindt dat jij iets niet hebt dat een ander wel heeft als je geen partner hebt jaloers zijn op mensen die gelukkig getrouwd zijn
2. als je steeds bang bent je partner te verliezen aan een ander Hij is zo jaloers dat hij me geen moment alleen laat.