| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.319.638 Bezoekers. |
|
jagen |
0,15 sec. |
|
jagen ww jagen (jaagde, joeg enk ovt; heeft gejaagd volt deelw) [ˈjaxə(n)]
1 (dieren) proberen te vangen of (iets of iemand) proberen te verwerven;= jacht maken op jagen op konijnen jagen op de klanten van een concurrerende bank 2 dwingen te gaan in de richting van Hij jaagt de kat de tuin uit. iemand de dood in jagen iemand op kosten jagen veroorzaken dat iemand veel geld moet uitgeven De verbouwing van zijn huis heeft hem wel op kosten gejaagd. erdoor jagen (geld) snel opmaken Hij heeft in een maand de hele erfenis erdoor gejaagd. Vertalingen jagen jagen jagen chasser, se dépêcher, se hâter, se précipiter, courir (après), poursuivre, presser jagen cazar jagen يَصيد jagen lovit jagen jage jagen κυνηγώ jagen metsästää jagen loviti jagen 狩りをする jagen 사냥하다 jagen jakte jagen upolować jagen caçar jagen охотиться jagen jaga jagen ล่าสัตว์ jagen avlamak jagen săn bắn jagen 猎取 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|