teruglopen

(doorverwezen van is teruggelopen)
Vertalingen

teruglopen

zurückkehrengoback, godown, returnreculer, rétrogader (təˈrʏxlopə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd liep terug , voltooid deelwoord is teruggelopen
1. lopen naar de plek waar je vandaan bent gekomen Je hoeft me niet met de auto thuis te brengen, ik loop wel terug.
2. oplopenstijgen lager of minder worden De belangstelling voor het programma loopt terug. De barometer loopt terug