oplopen

(doorverwezen van is opgelopen)
Vertalingen

oplopen

increase, accrue, advance, ascend, goup, mount upattraper, heurter (qc), monter, prendre, se mettre en route, s’accumulerيَتَرَاكَمُnarůstathobe sig ophäufen (sich)αυξάνομαιir acumulando, irse acumulandokasaantuapovećati sesalireかさむ늘다stigewzrosnąćaumentarувеличиватьсяrusa i höjdenค่อยๆ เพิ่มขึ้นbirikmekgia tăng增长 (ˈɔplopə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd liep op
1.
voltooid deelwoord is opgelopen
hoger worden De kosten zijn flink opgelopen.
de weg gaat hier omhoog
2.
voltooid deelwoord is opgelopen

vergezellen een stukje met iemand oplopen
3.
voltooid deelwoord heeft opgelopen
(iets dat je niet wilt) krijgen een verkoudheid oplopen achterstand oplopen