stoppen

(doorverwezen van is gestopt)
Thesaurus

stoppen:

uitvallen
Vertalingen

stoppen

anhalten, aufhören, stopfen, ausbessern, ausfüllen, bremsen, erfüllen, flicken, Halt machen, halten, legen, pfropfen, setzen, sperren, stecken, stellen, stocken, stoppen, verstopfen, zustopfen, hochziehenstop, cease, clog, constipate, block, cometoahalt, fill, fillin, fillup, halt, laydown, mend, patch, patchup, place, plugup, put, putdown, stopup, abort, arrest, bag, escape, pull uparrêter, boucher, cesser, mettre, appliquer, compléter, poser, raccommoder, rapiécer, remplir, s'arrêter, terminer, repriser, faire cesser, interrompre, (s')arrêter, constiper, étancher, mastiquer, caler, s’arrêtercompletar, surcir, zurcir, detener, detenerse, pararcessare, fermare, fermarsiيَتَوَقَّفُ, يَتَوَقَف, يُوْقِفُpřestat, zastavitkøre ind, stoppeσταματάω, σταματώ στην άκρη του δρόμουpysähtyä, pysäyttääprestati, stati, zaustaviti se止まる, 止める...을 그만두다, 멈추다, (차를) 세우다stanse, stoppeprzerwać, zatrzymać, zatrzymać sięparar, encostar o carro, interromperостанавливать, останавливатьсяdra upp, stanna, stoppaทำให้หยุด, หยุด ยุติ เลิก, หยุด ระงับ ปิดกั้นdurdurmak, durmak, kenara çekmekdừng, dừng lại停止, 停下停止 (ˈstɔpə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stopte , voltooid deelwoord
1.
voltooid deelwoord is, heeft gestopt
tot stilstand komen of brengen We zijn gestopt voor het rode stoplicht. We hebben het proces gestopt.
2.
voltooid deelwoord is gestopt
ophouden met (iets) stoppen met roken Ik ben gestopt met werken.
3.
voltooid deelwoord heeft gestopt
(in een ruimte) doen je sleutels in je zak stoppen
4.
voltooid deelwoord heeft gestopt
(een gat of ruimte) vullen, ook specifiek met wollen draden dichtmaken een gat in je sok stoppen een pijp stoppen met tabak