integreren

Thesaurus

integreren:

samenvoegen
Vertalingen

integreren

(s')intégrer, assimiler, insérerintegrateintegrarintegrareинтегрироватьintegrarدمجενσωμάτωσηintegrere통합integreraรวม (ɪntəˈxrerə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd integreerde , voltooid deelwoord
1.
voltooid deelwoord is geïntegreerd
je zo ontwikkelen dat je past in een andere groep, met name in een maatschappij waar je geen of onvoldoende deel van was Ondanks haar handicap is ze helemaal geïntegreerd in de samenleving. Mijn Franse partner is inmiddels volledig geïntegreerd in Nederland.
2.
voltooid deelwoord heeft geïntegreerd
tot een geheel maken computersystemen integreren