instructeur

Thesaurus

instructeur:

leraarmentor, leermeester, opleider,
Vertalingen

instructeur

(ɪnstrʏkˈtør) mannelijk meervoud -s

instructrice

Lehrer, Ausbilderinstructor, teacherinstituteur, instructeur, moniteur/-trice|maestro, instructoreducatore, negli, istruttoreمُعَلِّمٌinstruktorinstruktørεκπαιδευτήςkouluttajainstruktor指導者강사instruktørinstruktorinstrutorинструкторinstruktörผู้แนะนำสั่งสอนöğretmenhuấn luyện viên教练 (ɪnstrʏkˈtrisə) vrouwelijk meervoud -s
zelfstandig naamwoord
iemand die les geeft in een bepaalde vaardigheid een instructeur in hondenopvoeding rij-instructeur