| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.725.865.163 Bezoekers. |
|
instorten |
0,02 sec. |
|
instorten ww instorten (stortte in enk ovt; is ingestort volt deelw) [ˈɪnstɔrtə(n)]
1 kapotgaan en neervallen;= in elkaar storten De kerktoren is ingestort. 2 (van personen) geestelijk en lichamelijk helemaal uitgeput raken Ik kon niet meer tegen alle ellende en ben toen volledig ingestort. op instorten staan bijna helemaal kapot zijn mijn auto is zo slecht dat hij op instorten staat Vertalingen instorten retomber malade, craquer, s'écrouler, écrouler: s'écrouler, effondrer: s'effondrer, s'abattre, fendre, s’effondrer instorten naštípnout, zřítit (se) instorten kollapse, revne instorten zerspringen, zusammenbrechen instorten agrietar, desmoronarse instorten murtua, romahtaa instorten napuknuti, srušiti instorten 割れる, 崩れる instorten 금이 가다, 무너지다 instorten pęknąć, załamać się instorten kollapsa, spricka instorten แตกร้าว, พังทลาย instorten đổ sập, làm rạn nứt Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|