inspelen op

Vertalingen

inspelen op

(ˈɪnspelə(n) ɔp)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd speelde in op , voltooid deelwoord heeft ingespeeld op
actief reageren op (iets) Een winkelier moet inspelen op de behoefte van zijn klanten.
goed kunnen samenwerken Mijn collega en ik hebben een duobaan en we zijn goed op elkaar ingespeeld.