innerlijk

Vertalingen

innerlijk

(ˈɪnərlək)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
uiterlijk wat je voelt en denkt

innerlijk

âme, intérieur, coeur, dans mon (ton, etc) for intérieur, for intérieur, moral, secret/secrète, intérieurement, intime (ˈɪnərlək)
bijvoeglijk naamwoord
uiterlijk in iemands geest, in wat je denkt en voelt innerlijke rust hebben
natuurlijk gevoel voor wat beschaafd is