ingaan

Vertalingen

ingaan

anfangen, beginnen, eintretenbegin, commence, enter, goin, perform, startdébuter, entrer, entrer dans (ˈɪnxan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ging in , voltooid deelwoord is ingegaan
beginnen De huurtermijn gaat op 1 oktober in.