indringer

Thesaurus

indringer:

insluiper
Vertalingen

indringer

(ˈɪndrɪŋər) mannelijk meervoud -s

indringster

Eindringlinginsinuant/-ante, intrigant/-ante, intrus/-use, envahisseur, intrusمُتَطَفِّلٌvetřelecubuden gæstεισβολέαςintruderintrusotunkeilijauljezintruso侵入者침입자inntrengerintruzintrusoнарушительinkräktareผู้บุกรุกdavetsiz misafirngười xâm nhập入侵者הפורץ入侵者 (ˈɪndrɪŋstər) vrouwelijk meervoud -s
zelfstandig naamwoord
iemand die ergens binnendringt waar die niet hoort We zagen opeens een indringer in onze keuken.