inderdaad

Thesaurus

inderdaad:

waarachtigwaarlijk, zowaar, ja, wel, waarempel, jazeker, jawel,
Vertalingen

inderdaad

tatsächlich, freilich, fürwahr, wahrhaftig, wahrlich, wirklichindeed, actually, absolutely, asamatteroffact, genuinly, infact, really, trulyvraiment, en effet, en fait, en réalité, en vérité, effectivementdavvero, infatti, effettivamenteحَقّاًvskutkusandeligπράγματιen efectotodellakinzaista全く정말virkeligistotniede facto, de fatoдействительноverkligenโดยแท้จริงgerçektenquả thực的确 (ɪndərˈdat)
bijwoord
<je zegt dit woord als je iets bevestigt> zoals je verwacht of al zei Bent u mevrouw Jansen? Inderdaad. Je hebt gelijk, het is inderdaad een geweldige film.