| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.448.258 Bezoekers. |
|
zak |
0,01 sec. |
|
zak zn m zak (-ken mv) [zɑk]
1 buigzaam voorwerp van soepel materiaal als stof, papier of plastic, dat op één zijde na, gesloten is en waar je dingen in kunt opbergen een zak aardappelen suikerzakje 2 soepele opbergplaats in kledingstukken broekzakken met je handen in je zak 3 mannelijk geslachtsdeel waar de zaadballen in zitten;= scrotum;= balzak 4 nare man;= klootzak;= lul ouwe zak 5 niets de zak van Sinterklaas de zak waarin Sinterklaas alle cadeautjes heeft iemand onder uit de zak geven iemand een stevige straf geven in zak en as zitten erg verdrietig of teleurgesteld zijn iemand de zak geven iemand ontslaan zakjes plakken in de gevangenis zitten iemand in je zak kunnen steken veel beter zijn dan iemand Dat kun je in je zak steken. die opmerking is voor jou bedoeld. geen cent op zak hebben geen geld bij je hebben er geen zak van begrijpen er niets van begrijpen er geen zak aan vinden het saai vinden Vertalingen zak sak zak butxaca zak kapsa, pytel zak lomme, sæk, taske zak poŝo zak tasku, laukku, säkki zak כיס zak zseb zak saku zak vasi zak ポケット, 懐中, かばん, 大袋 zak 호주머니, 가방, 부대, 주머니 zak kabata zak buzunar zak žep zak ficka, säck, väska zak džep, torba, vreća zak กระเป๋า, กระเป๋า ถุง, กระสอบ zak bao tải, túi Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|