| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.709.497 Bezoekers. |
|
bak |
0,02 sec. |
|
bak zn m bak (-ken mv) [bɑk]
1 voorwerp om iets in te bewaren en dat van boven open is spijkers in een bak 2 mop wat een goeie bak! 3 gevangenis aan de bak komen een beurt, kans krijgen een volle bak een volle theaterzaal bij bakken met grote hoeveelheden tegelijk in een grote bak rijden in een grote auto rijden de bak indraaien naar de gevangenis gaan Thesaurus bak: kattenbak, kattebak Vertalingen bak Behälter, Besteck, Bottich, Bütte, Fähre, Jux, Kasten, Kiste, Krug, Mulde, Prahm, Scherz, Spaß, Trog, Truhe, Wanne, Zisterne, Zober, Zuber bak box, chest, cistern, container, ferry, gag, joke, jug, manger, tank, trough, tub, vat, vessel, joint bak auge, bac, badinage, baquet, bassine, caisse, citerne, coffre, cuve, blague, taule, récipient, bloc, boîte bak broma bak recipiente, vascello Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|