impuls

Vertalingen

impuls

Andrang, Andrift, Antrieb, Impuls, Triebimpulse, access, impetusimpulsion, incitation, mouvement, humeur (ɪmˈpʏls)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. plotselinge gedachte in een impuls veel te dure schoenen kopen
2. wat iets bevordert Promotiecampagnes geven een forse impuls aan het bezoekersaantal.