import

Thesaurus

import:

invoer
Vertalingen

import

Importimportationimportإِسْتِيرَادٌdovozimportεισαγωγήimportaciónmaahantuontiuvozimportazione輸入수입품importimportimportação, importarимпортimportสินค้านำเข้าithalhàng nhập khẩu进口货вносייבוא (ˈɪmpɔrt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. export het invoeren van buitenlandse goederen in je eigen land de import van sinaasappels
2. bewoners van je dorp of stad die ergens anders vandaan komen In deze wijk woont allemaal import.