ieder

Vertalingen

ieder

aller, einjeder, jeder, jedermann, jeglicherevery, each, everyonechaque, chacun/chacune, tout, tout/toute/tous/toutes, chacun, à, parκάθεognuno, qualunqueKaždýכלvarjecadaแต่ละ每个каждыйكلhverвсеки每個cadakażdy (ˈidər)
voornaamwoord
<je zegt dit woord als je alles en iedereen bedoelt> iedere zomer op vakantie gaan Ieder van ons gaat naar dat feest.
beslist Het wordt misschien wat later, maar we komen in ieder geval.
steeds weer iedere keer naar dezelfde slager gaan