huwen

Thesaurus

huwen:

trouwen
Vertalingen

huwen

becomethehusbandof, becomethewifeof, marryépouser (qn), se marier (avec qn)се ожениלהתחתןcasargifte결혼الزواجHeiraten (ˈhywə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd huwde , voltooid deelwoord is, heeft gehuwd
trouwen Zij is gehuwd met mijn broer. Mijn broer heeft mijn vriendin gehuwd.