huisvrouw

Vertalingen

huisvrouw

Hausfrau, Frau des Hauseshousewifefemme au foyer, mère de famille, ménagère, femme au foyerpadrona di casa, casalingaرَبَّةُ الـمَنْزِلُžena v domácnostihjemmegående husmorνοικοκυράama de casakotirouvadomaćica主婦주부husmorgospodyni domowadona de casaдомохозяйкаhemmafruแม่บ้านevkadınıbà nội trợ家庭主妇家庭主婦עקרת בית (ˈhœyfrɑu)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -en
vrouwelijke partner die thuis zorgt voor het gezin en de huishouding Zij heeft bij haar eerste kind haar baan opgezegd, omdat ze ervoor kiest huisvrouw te zijn.