huiskamer

Thesaurus

huiskamer:

woonkamerzitkamer,
Vertalingen

huiskamer

Wohnzimmerlivingroom, living‐room, sitting‐room, living roomséjour, salonstanza, soggiornoغُرْفَةُ الْجُلوْسِobývací pokojstueκαθιστικόsalónolohuonednevna soba居間거실stuesaloniksala de estarгостинаяvardagsrumห้องนั่งเล่นoturma odasıphòng khách客厅客廳סלון (ˈhœyskamər)
zelfstandig naamwoord meervoud -s
kamer die door iedereen in huis gebruikt wordt