huiselijk

Vertalingen

huiselijk

gemütlich, häuslichhomy, domestic, stay‐at‐homedomestique, familial, relatif à la maison, casanier/-ière, en famille, intimedomésticointerno國內国内εγχώριαindenlandske (ˈhœysələk)
bijvoeglijk naamwoord
1. verband houdend met het gezin of huishouden slachtoffer zijn van huiselijk geweld Kerstmis vieren in de huiselijke kring
2. uithuizig als je graag thuis bent Zij is een huiselijk type en gaat niet vaak uit.
3. knus en gezellig Het is huiselijk en warm met de open haard aan.