| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.804.124.427 Bezoekers. |
|
houden |
0,06 sec. |
|
houden ww houden (hield enk ovt; heeft gehouden volt deelw) [ˈhɑudə(n)]
1 hebben en bewaren; afstaan; weggeven Ik hoef het boek niet terug te hebben, je mag het houden 2 vasthouden of vast blijven zitten; loslaten iemand bij de hand houden Het plakband is oud en houdt niet meer. 3 laten plaatsvinden of uitvoeren een lezing houden Het congres wordt gehouden in Amsterdam. 4 (dieren) verzorgen kippen houden voor je houden (iets) niet vertellen een geheim voor je houden niets binnen kunnen houden steeds moeten overgeven het niet houden niet meer kunnen verdragen Ik houd het niet meer van de hoofdpijn. Thesaurus Vertalingen houden aufhalten, einschließen, enthalten, halten, hervorrufen, behalten houden causer, contenir, procurer, renfermer, situer, tenir, aimer, donner, être solide, exploiter, faire, garder, prendre (pour), tenir (bien) houden يَحفَظ houden nechat (si) houden holde houden guardar, mantenerse houden säilyttää houden zadržati houden tenere houden 持ち続ける houden ...을 간직하다 houden beholde houden zatrzymywać houden guardar houden behåll houden เก็บ houden tutmak houden giữ houden 保持 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|