| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.141.762 Bezoekers. |
|
horen |
0,02 sec. |
|
horen ww horen (hoorde enk ovt; heeft gehoord volt deelw) [ˈhorə(n)]
1 met je oren waarnemen de vogels horen zingen 2 (van iets of iemand) een vaste plaats hebben De borden horen in de kast. 3 volgens bepaalde opvattingen moeten In een restaurant hoor je met mes en vork te eten. niets van zich laten horen geen contact opnemen Mijn zoon heeft al een tijd niets van zich laten horen. Horen en zien vergaat je. er is heel veel lawaai Wie niet horen wil, moet voelen. wie niet wil gehoorzamen, ondervindt uiteindelijk negatieve gevolgen Vertalingen horen befit, befitting, findout, haveto, hear, learnof, must, oughtto, should, belong, horn, listen, read horen devoir, entendre, être décent, être obligé, appartenir (à), convenir, écouter, apprendre horen ακούω horen слышать horen يَسمَع horen uslyšet horen høre horen oír horen kuulla horen čuti horen 聞く horen 듣다 horen høre horen usłyszeć horen ouvir horen höra horen ได้ยิน horen işitmek horen nghe horen 听 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|