hoorn

Thesaurus

hoorn:

jachthoorns
Vertalingen

hoorn

Hörer, Horn, Hupe, Waldhornhorn, earphone, clarion, hooter, klaxon, French horn, receivercorne, clairon, avertisseur, cor, combiné, coquille, trompe, cor d’harmonie, récepteurcuerno, claxon, corneta francesa, receptor, trompa de pistonescornetta, corno, corno da caccia, ricevitoreبُوْق, بُوْقٌ فَرَنسِيّ, سَمَّاعَةُ التِّلِفُون, صُوْر, قَرْنklakson, lesní roh, roh, sluchátkohorn, modtager, valdhornγαλλικό κόρνο, δέκτης, κέρατο, κόρναkäyrätorvi, puhelimen luuri, sarvi, torvifrancuski rog, prijemnik, rog, rogovlje, trubaフレンチホルン, ホルン, 受信機, 角경적, 뿔, 뿔피리, 수신기, 프렌치혼horn, telefonrør, valthornodbiornik, róg, waltorniabuzina, chifre, receptor, recetor, trompa, trompa de harmonia, trompa de pistonsвалторна, рог, горн, гудок, телефонная трубкаhorn, telefonlur, valthornเขาสัตว์, แตร, แตรทองเหลืองรูปร่างโค้งงอ, อุปกรณ์รับสัญญานเสียงหรือภาพalıcı, boynuz, korno, nefesli çalgıkèn báo hiệu, kèn tây, ống nghe điện thoại, sừng, tù và, , 喇叭, 接受器, 法国号Рог (horn)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en, -s
1. muziek muziekinstrument dat geluid maakt als je erop blaast Engelse hoorn
2. uitsteeksel op de kop van sommige dieren De stier nam de toreador op de hoorns.
3. deel van een telefoontoestel met luidspreker en microfoon, waarmee je contact hebt met de ander de hoorn van de haak nemen als de telefoon gaat