horen

(doorverwezen van hoorde)
Vertalingen

horen

hören, erfahren, gehören, müssen, schicken, sich gehören, sollen, vernehmen, ziemenhear, befit, must, should, befitting, findout, haveto, learnof, oughtto, belong, horn, listen, readentendre, devoir, être décent, être obligé, appartenir (à), convenir, écouter, apprendreακούωudire, debbono, ascoltareслышатьيَسْمَعُslyšethøreoírkuullačuti聞く듣다høreusłyszećouvirhöraได้ยินişitmekngheלשמוע (ˈhorə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd hoorde , voltooid deelwoord heeft gehoord
1. met je oren waarnemen de vogels horen zingen
geen contact opnemen Mijn zoon heeft al een tijd niets van zich laten horen.
er is heel veel lawaai
wie niet wil gehoorzamen, ondervindt uiteindelijk negatieve gevolgen
2. (van iets of iemand) een vaste plaats hebben De borden horen in de kast.
3. volgens bepaalde opvattingen moeten In een restaurant hoor je met mes en vork te eten.