hoek

Vertalingen

hoek

Ecke, Winkelangle, cornerangle, coin, crochet [boxe]ángulo, esquinaàngolo, cantuccio, angoloزَاوِيَةroh, úhelhjørne, vinkelγωνίαkulma, nurkkakut, ugao각, 모퉁이hjørne, vinkelkątângulo, cantoуголhörna, vinkelมุมaçı, köşegóc角度, 角落, ъгъл (huk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. plaats waar twee wanden of muren aan elkaar vastzitten de hoeken van een kamer op de hoek van de straat voor straf in de hoek van de klas staan
(iemand) afranselen
zorgen dat je niet uit je positie verjaagd wordt
2. richting Uit welke hoek waait de wind? Ik weet niet in welke hoek ik de oorzaak van het probleem moet zoeken.
3. wiskunde ruimte tussen twee lijnen of vlakken die elkaar raken een vierkant heeft rechte hoeken van 90 graden
gedeelte van de weg dat je niet kunt zien in je autospiegels De dode hoek heeft al veel ongelukken veroorzaakt.