hindernis

Thesaurus

hindernis:

hinderpaal
Vertalingen

hindernis

Schrankeobstacle, handicap, impedimentinconvénient, obstacle, entrave, gaine, haie, handicap, verroueste (ˈhɪndərnɪs)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -sen
1. keer dat iets je, of datgene wat je belemmert om door te lopen of te rijden Het verkeer ondervond veel hindernis van een gekantelde vrachtauto.
2. sport bouwsel waar paarden in een wedstrijd overheen moeten springen Het paard heeft alle hindernissen foutloos genomen.