hinderlijk

Thesaurus

hinderlijk:

onaangenaamstorend, lastig,
Vertalingen

hinderlijk

troublesome, irritating, nastygênant, de façon gênante, de façon irritante, ennuyeux/-euse, fâcheusement, irritant, embarrassant, importun (ˈhɪndərlək)
bijvoeglijk naamwoord
als iets je hindert Ik vind dat lawaai heel hinderlijk.