hik

Vertalingen

hik

Schluchzen, Schluckaufhiccup, hiccupshoquet, sanglotفُوَاقškytavkahikkeλόξυγγαςhipohikkaštucanjesinghiozzoしゃっくり딸꾹질hikkeczkawkasoluço, soluçosикотаhickaสะอึกhıçkırıktiếng nấc打呃שיהוק (hɪk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
onbedoelde samentrekking van je middenrif met een hoog geluid erbij Het is heel vervelend om de hik te hebben, omdat je het niet zo maar stoppen kunt.