volhouden

(doorverwezen van hield vol)
Vertalingen

volhouden

audauern, aushalten, beharren, bestehen, verharren, durchhaltenpersevere, abide, persist, lastpersévérer, perséverer, persister, continuer, maintenir, soutenirpersistere, perseverareيُثَابِرُvytrvatholde udεμμένωperseverar, mantenerjatkaa sinnikkäästiustrajati辛抱する버티어 해내다holde utnie ustaćperseverarупорно продолжатьhålla utยืนหยัดถึงที่สุดazmetmekkiên trì坚持 ('vɔlhɑudə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd hield vol , voltooid deelwoord heeft volgehouden
1. opgeven blijven doen wat je begonnen bent Afvallen is een kwestie van volhouden.
<dit zeg je tegen iemand die een zware taak heeft of in een vervelende situatie zit>
2. toegeven blijven zeggen wat je gezegd hebt Hij hield vol dat hij onschuldig was.