| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.621.177 Bezoekers. |
|
hiel |
0,02 sec. |
|
hiel zn m hiel (-en mv) [hil] achterste deel van je voet, of deel van een kous die dat stuk voet bedekt
op je hielen lopen als je teen bloedt een gat in de hiel van je sok hebben iemand op de hielen zitten vlak achter iemand zijn die wegrent of wegrijdt De politie zat de bankrover op de hielen je hielen lichten weggaan;= er vandoor gaan Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|