heus

Thesaurus
Vertalingen

heus

artig, authentisch, echt, galant, höflich, recht, urkundlich, wahr, wahrhaft, wirklichcourteous, polite, true, well‐mannered, reallyvrai, courtois, poli, réel, véritable, vraiment (høs)
bijvoeglijk naamwoord
echt Ik ben in een heuse grotwoning geweest. Ik heb dat heus niet gedaan.