| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.578.705 Bezoekers. |
|
halen |
0,02 sec. |
|
halen ww halen (haalde enk ovt; heeft gehaald volt deelw) [ˈhalə(n)]
1 naar de plaats waar je bent brengen Mijn tas ligt boven, ik haal hem even. 2 op tijd zijn op tijd zijn om mee te kunnen gaan (met de trein, bus of boot) 3 erin slagen te bereiken of te krijgen je rijbewijs halen de finish halen eruit halen wat erin zit je uiterste best doen voor het beste resultaat In de finale moet je eruit halen wat erin zit. het niet halen bij veel minder goed zijn dan (iets of iemand) Het hoofdgerecht is niet zo lekker, het haalt het niet bij het voorgerecht. het halen (van een doodzieke) niet doodgaan Het was een risicovolle operatie, maar hij heeft het net gehaald. Vertalingen halen entbieten, holen, kommen lassen, treffen, erwischen halen atteindre, frapper, hente, parvenir, saisir, aller/venir chercher, arriver (à), gagner, hisser, obtenir, prendre, haler, rapporter halen golpear, ir a buscar halen يجلب halen přinést halen hente halen προσκομίζω halen noutaa halen donijeti halen andare a prendere halen 行って連れて来る halen ...을 가서 가지고 오다 halen hente halen przynieść halen приносить halen hämta halen ไปเอามา halen yakalamak halen lấy halen 取来 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|