| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.722.583.357 Bezoekers. |
|
het |
0,02 sec. |
|
het1 lidw het [hɛt/ət] woord dat je combineert met een onzijdig zelfstandig naamwoord het huis met de tuin Dit is het beste dat ik krijgen kon. het2 vnw het [hɛt/ət]
1 je gebruikt dit woord als onbepaald onderwerp of lijdend voorwerp Het regent. Het zijn echte Hollanders. Ik houd het hier wel uit. 2 je gebruikt dit woord als je verwijst naar een onzijdig woord We gingen naar het natuurpark, maar het was al gesloten. Thesaurus het: ie Vertalingen het à l', à la, au, aux, elle, il, l', la, le, les, lui, au [à + le], c', ça, ça/cela, ce, des [de + les], en, le/la, le/la/l' … majeur(e), le/la/l' … par excellence, le/la/l' … qu'il me (te, lui etc.) faut, y, ce/c'/ç', le/la/les het to het den het αυτό het lo het se het to het それは het 그것 het den het to het он, она, оно het den het มัน het o het nó het 它 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|