herder

Thesaurus

herder:

veehoeder
Vertalingen

herder

Hirt, Senner, Schäfershepherd, herdpasteur, pâtre, bergerpecoraio, pastoreراعٍpastýřhyrdeβοσκόςpastorpaimenpastir羊飼い양치기gjeterpasterzpastorпастухfårherdeคนเลี้ยงแกะçobanngười chăn cừu牧羊人牧羊人Овчар (ˈhɛrdər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. iemand die als beroep een kudde schapen bewaakt Herders komen vrijwel alleen nog in verhalen voor.
2. hondensoort een Duitse herder