heks

Thesaurus

heks:

toverkol
Vertalingen

heks

Hexewitchsorcière, chipie, mégère, dragon, sorcierведьмаfattucchiera, maga, stregaسَاحِرَةčarodějniceheksμάγισσαbruja, brujonoitavještica魔女마녀heksczarodziejkabruxahäxaแม่มดcadımụ phù thủy巫婆вещица (hɛks)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -en
1. literatuur gemene vrouw die kan toveren Heksen komen veel voor in sprookjes
2. gemene valse vrouw Die valse heks heeft de hond van de buren vergiftigd.