hek

Thesaurus

hek:

hekwerkrasterwerk,
Vertalingen

hek

Zaun, Gitter, Hecke, Schranke, Sperre, Torfence, barrier, grid, grill, grate, gatebarrière, grille, balustrade, palissade, portailtraliccio, cancello, staccionataبوَّابَة, سِياجbrána, plothegn, portπύλη, φράκτηςvalla, puertaaita, porttiograda, ulazna vrata柵, 門문, 울타리gjerde, portbrama, ogrodzeniecerca, portão, vedaçãoворота, заборgrind, staketประตู, รั้วçit, kapıcổng, hàng rào大门, 栅栏оградаגדר (hɛk)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -ken
1. afscheiding van hout of metaal Om het weiland staat een hek omdat anders de koeien weglopen.
nu gaat het helemaal mis
2. beweegbare afscheiding waar je doorheen kunt gaan tuinhekje