heet

Vertalingen

heet

heißhot, nutty, warmlychaudement, ardent, chaud, (très) chaud, ardemment, piquant, très chaudementvarm, glovarmгорячийtorrido, caldoسَاخِنٌhorkývarmκαυτόςcalientekuumavruć熱い뜨거운gorącyquentevarmร้อนsıcaknóng (het)
bijvoeglijk naamwoord
1. koud met een hoge temperatuur Pas op, goed blazen, want de soep is gloeiend heet.
2. (van eten) sterk gekruid en prikkelend in je mond Deze pepertjes zijn erg heet.
3. seksueel opgewonden heet worden van lekkere billen