verslikken

(doorverwezen van heeft zich verslikt)
Vertalingen

verslikken

(vərˈslɪkə(n))
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verslikte zich , voltooid deelwoord heeft zich verslikt
zo slikken dat iets niet in je slokdarm maar in je luchtpijp komt Ik verslikte me in een stukje brood.