verantwoorden voor

(doorverwezen van heeft zich verantwoord voor)
Vertalingen

verantwoorden voor

(vərɑntwordə(n) vor)
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zich verantwoordde voor , voltooid deelwoord heeft zich verantwoord voor
zeggen hoe je hebt gehandeld en waarom je handelingen juist waren zich verantwoorden voor de begroting