vrijspreken

(doorverwezen van heeft vrijgesproken)
Vertalingen

vrijspreken

absolvieren, entbinden, freisprechen, lossprechenacquit, absolve, clearacquitter, absoudre, innocenter ('vrɛisprekə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd sprak vrij , voltooid deelwoord heeft vrijgesproken
juridisch (van een rechter) zeggen dat iemand onschuldig is