voorstaan

(doorverwezen van heeft voorgestaan)
Vertalingen

voorstaan

begünstigenfavor, favour ('vorstan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stond voor , voltooid deelwoord heeft voorgestaan
1. sport achterstaan meer punten hebben dan iemand anders Hij staat voor met 2-1 in sets.
2. (iets) willen of bepleiten Hij staat een andere aanpak voor dan zijn voorganger.
3. aandacht vragen voor iets waar je trots op bent We laten ons graag voorstaan op onze tolerantie.