verliezen

(doorverwezen van heeft verloren)
Vertalingen

verliezen

verlierenlose, bebeaten, bedefeated, burn, lossperdre, s'aliéner, laisserprzegrywać, przegrać, stracić, zgubićيَخْسَرُ, يُضَيِّعُprohrát, ztratittabeηττώμαι, χάνωperderhukata, kadota, menettääizgubitiperdere・・・をなくす, なくす, 負ける(...을) 잃어버리다, 패하다misteperderпотерять, проигратьförlora, tappaทำหาย, พ่ายแพ้, สูญเสียkaybetmek, kaybolmakđánh mất, mất, thua丢失, (vərˈlizə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verloor , voltooid deelwoord is, heeft verloren
1. vinden niet meer hebben wat je eerst wel had Ik heb mijn sleutels verloren. verloren en gevonden voorwerpen je kalmte verliezen
je huis voor minder verkopen dan je er zelf voor hebt betaald
2. winnen verslagen worden In 1815 verloor Napoleon de slag bij Waterloo. Als ik met mijn zoon dam, verlies ik altijd.