vaststellen

(doorverwezen van heeft vastgesteld)
Vertalingen

vaststellen

als Tatsache feststellen, befestigen, festsetzen, fixieren, konstatierenascertain, determine, affix, attach, establish, fasten, fix, makefast, secure, takenote, ordainfixer, attacher, constater, arrêter, établir, évaluer, détermineraccertare, verificare (ˈvɑststɛlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stelde vast , voltooid deelwoord heeft vastgesteld
bepalen of merken dat iets op een bepaalde manier is de prijs vaststellen vaststellen dat hij al is vertrokken