uitdoen

(doorverwezen van heeft uitgedaan)
Vertalingen

uitdoen

auslöschen, dämpfen, zurücklegenextinguish, putoff, putout, takeoff, turnoff, take off, douse, put outenlever, éteindre, ôterextinguircancellare, estinguere, spengere (ˈœydun)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd deed uit , voltooid deelwoord heeft uitgedaan
1. (kleren of schoenen) van je lichaam afhalen je broek uitdoen
2. zorgen dat het niet meer aan is het licht uitdoen de radio uitdoen
3. uit de grond halen bomen uitdoen bloembollen uitdoen
4. afmaken de termijn als minister-president uitdoen