toetakelen

(doorverwezen van heeft toegetakeld)
Vertalingen

toetakelen

beschädigen, Schaden zufügen, verderben, verletzendamage, injure, spoilabîmer, détériorer, accoutrer, amocher, fagoter, arranger, maltraiter, massacrer (ˈtutakələ(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd takelde toe , voltooid deelwoord heeft toegetakeld
(iemand) zo mishandelen dat hij of zij zichtbaar lichamelijk letsel heeft iemand lelijk toetakelen