tegenspreken

(doorverwezen van heeft tegengesproken)
Thesaurus

tegenspreken:

weersprekentegenwerpen,
Vertalingen

tegenspreken

widersprechen, gegensprechencontradict, challenge, question, sasscontester, contredire, démentir, disputer, discuter, répliquerвозразить, противоречитьيُنَاقِضُodporovatmodsigeαντικρούωcontradecirväittää vastaanproturiječiticontraddire反駁する반박하다motsizaprzeczyćcontradizermotsägaขัดแย้งçelişmekmâu thuẫn抵触, 矛盾矛盾 (ˈtexə(n)sprekə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd sprak tegen , voltooid deelwoord heeft tegengesproken
1. zich met woorden ergens tegen verzetten Spreek me niet tegen!
2. zeggen dat iets niet waar of juist is een gerucht tegenspreken
3. matchen niet kloppen met (elkaar) De opiniepeilingen spreken elkaar tegen.