overschrijden

(doorverwezen van heeft overschreden)
Vertalingen

overschrijden

(dé)passer, franchir, transgresser, dépasser, passer (ovərˈsxrɛidə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd overschreed , voltooid deelwoord heeft overschreden
verder gaan dan de bedoeling is De begroting is overschreden met drie ton. Met het publiceren van deze beschuldigingen zijn de grenzen van het fatsoen ver overschreden.